Bewonderenswaardige uitvoering, die het hart raakt
Jeanette Vergouwen-de Caluwe
Er is geen compositie die zoveel emoties oproept als de Matthäus Passion van J.S. Bach. De uitvoering door de Nederlandse Bach Vereniging (NBV), die elk jaar in verschillende steden in Nederland plaatsvindt, is extra speciaal, omdat steeds gekozen wordt voor een andere dirigent, die met zijn visie een stempel drukt op de interpretatie. In 2026 is dit Masaaki Suzuki. Na Harnoncourt/Leonhart realiseerde ook hij de cd-opnames van alle cantaten van Bach. Hij is een Bachkenner bij uitstek en verdediger van de authentieke uitvoering.
In de Sint Baafskerk in Aardenburg, zaterdag 28 maart 2026, viel meteen de bewonderenswaardige concentratie op van de musici, zowel instrumentalisten als vocalisten, en de beheerste leiding van Suzuki. Door zijn bezieling kwamen de fraseringen, de dramatiek en de dynamiek extra mooi over.
Na bijna veertig uitvoeringen, elke keer anders, gehoord te hebben in Aardenburg, werd ik deze keer enorm geraakt door de fijnzinnige benadering van het werk, de muziek kwam binnen en riep emotie op. Het is een absoluut gegeven dat de Matthäus Passion van Bach een groots werk is en dat de partituur anders kan worden geïnterpreteerd. Maar de versie van Masaaki Suzuki was verrijkend. Je hoorde alle klankkleuren extra, de invulling van de koralen was speciaal en de turbae (volkskoren) waren dramatisch en spannend.
Vanaf de eerste toon werd je als toehoorder meegetrokken in een andere wereld, een wereld waar de muziek heerste en waarin een verhaal werd verteld over lijden, verdraagzaamheid, haat, verraad en verdriet. Hoe actueel is dit eeuwenoude verhaal.
Het openingskoor klonk overtuigend en sereen met een mooie inbreng van de leden van het Kampen Boys Choir.
Evangelist Nicholas Mulroy vertelde op een boeiende wijze, met een soepele stem en een prachtige dictie. Zijn dynamiek, gebruik van zacht en hard, zorgde ervoor dat de spanningsboog bleef.
Werkelijk verbluffend was Stephan MacLeod (Bas 1/Jezus), die als enige alles uit het hoofd zong, de armen strak langs het lichaam. Hij stond duidelijk boven de partituur en de materie en bracht met zijn warme en ronde stem de tekst en de emotie ten volle over.
Van de solisten was de inbreng van alt 1 Alexander Chance een openbaring. Zijn soepele, kleurrijke warme stem ontroerde en door het gebruik van mooie fiorituren (versieringen) en zijn strakke, zuivere toonvoering en summier vibrato, overtuigde hij volledig. Ik heb jaren geleden zijn vader Michael Chance gehoord in Aardenburg en Antwerpen. Ook toen werd ik overdonderd door de aria’s (Erbarme dich en Ach, Nun ist).
De andere solisten Alison Lau (vervangster van Hana Blažíková), Raphael Höhn, Miku Yasukawa, Christopher Lowrey, Shimon Yashida en Toru Kaku kweten zich goed van hun taak. Zij brachten de soms moeilijke aria’s, technisch juist en versterkten de koren goed (een enkele keer iets te luid).
Onder Suzuki kwam de tweekorigheid prachtig uit en alles klonk heerlijk dynamisch. Heel speciaal was de invulling van de koralen, in het eerste deel met een stevig tempo en met een extra afwisseling van zacht en hard, soms wel met een verlengde slottoon (fermate), soms niet. In deel twee was het tempo iets langzamer en emotioneler. Het koraal Wenn ich einmal soll scheiden werd bovenmenselijk mooi gezongen.
Hoogtepunten waren zeker het duet So ist mein Jesus nun gefangen, de aria Komm süsses Kreuz en alle obligate instrumentale partijen. Het Slotkoor met de woorden Ruhe sanfte, was troostend en emotioneel geladen.
De NBV verzorgde een onvergetelijke en prachtige uitvoering


